Het netto-uitgavenpad moet de overheidsschuld vóór het einde van de aanpassingsperiode op een aannemelijk neerwaarts pad brengen of houden. Dit pad moet de overheidsschuld op een voorzichtig niveau onder de 60% van het bbp kunnen houden en het overheidstekort onder de 3% van het bbp kunnen brengen en houden op middellange termijn.
De Lidstaten moeten dit pad, dat specifiek is voor hen, volgen gedurende een aanpassingsperiode van 4 jaar, die kan worden verlengd tot 7 jaar, indien de Staat met een tekort zich verbindt tot investeringen en hervormingen die de houdbaarheid van de begroting ondersteunen en inspelen op de belangrijkste uitdagingen die zijn vastgesteld in het kader van het Europees semester, met name de landspecifieke aanbevelingen, en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Europese Unie, namelijk:
- een eerlijke ecologische en digitale transitie;
- sociale en economische veerkracht, met inbegrip van de Europese pijler van sociale rechten;
- energiezekerheid;
- de versterking van de defensiecapaciteit.