Begrotingsprincipes

Bij de opmaak van een begroting moeten zeven begrotingsprincipes nageleefd worden. De meeste ervan worden rechtstreeks voorgeschreven door de Grondwet, of vloeien eruit voort.

De hierna toegelichte algemene begrotingsprincipes zijn van toepassing op de algemene overheidsdiensten op het federale niveau, meer bepaald op alle federale overheidsdiensten, de programmatorische overheidsdiensten, het Ministerie van Defensie en de Federale Politie.

Verschillende controleorganen zien toe op de juiste toepassing ervan, maar bepaalde afwijkingen zijn toegelaten.

 

De éénjarigheid

De begroting is slechts één jaar geldig. Elk jaar keurt de Kamer van Volksvertegenwoordigers de begroting goed.

Het begrotingsjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december van hetzelfde jaar.

Eveneens op jaarlijkse basis geeft het Parlement, de regering de toestemming om belastingen te heffen. De bijhorende regels die zij invoert gelden eveneens slechts voor één jaar, tenzij ze vernieuwd worden.

 

De specialiteit

Sinds de invoering van de algemene uitgavenbegroting volgens een programmastructuur, onderscheiden we enerzijds de wettelijke specialiteit, hetgeen inhoudt dat de Kamer van Volksvertegenwoordigers de begroting per programma goedkeurt (artikel 48 van de wet van 22 mei 2003), en anderzijds de administratieve specialiteit, wat wil zeggen dat de kredieten worden uitgesplitst in basisallocaties (artikel 51 van de wet van 22 mei 2003).

De Kamer van Volksvertegenwoordigers stelt de kredieten van elk begrotingsprogramma vast. Elke uitgave stemt overeen met een specifieke begrotingspost.

De regeringsleden mogen bovendien geen enkele uitgave vastleggen of vereffenen boven de voor ieder van hen bij wet geopende kredieten (artikel 61 van de wet van 22 mei 2003) of boven de machtigingen verleend door de Ministerraad (artikel 70 van de wet van 22 mei 2003). Ze mogen de kredieten, bestemd voor de uitgaven van hun onderscheiden diensten, niet verhogen door bijzondere inkomsten.

Volgende handelingen zijn dus verboden:

  • overschrijving van een krediet van het ene naar het andere programma (schending van het specialiteitsprincipe);
  • aanwending van bijzondere inkomstenbronnen (schending van het universaliteitsprincipe);
  • aanrekening van een uitgave op het krediet van een programma voor een uitgave van een andere aard (dit zou een foutieve aanrekening zijn en dus een schending van het specialiteitsprincipe).

Het specialiteitsprincipe omvat aldus twee aspecten:

  • kwalitatief aspect: de verplichting de begrotingstoekenning te eerbiedigen van de kredieten die voor elke uitgave worden uitgetrokken (geen overschrijvingen);
  • kwantitatief aspect: het verbod de bedragen te overschrijden die voor elk ervan zijn goedgekeurd.

 

De eenheid van begroting

De regel van de eenheid vereist dat alle ontvangsten en alle uitgaven van de Staat in één enkel document worden opgenomen en tegelijkertijd ter goedkeuring worden voorgelegd aan de begrotingsoverheid. Er mag slechts één enkele Staatsbegroting bestaan. Deze begroting dient de ontvangsten en de uitgaven van alle Staatsdiensten te groeperen, zonder uitzondering.

Deze regel draagt bij tot duidelijkheid en waarheidsgetrouwheid en werd traditioneel beschouwd als noodzakelijk om een gezond beheer van de overheidsfinanciën te waarborgen. Het spreekt vanzelf dat wanneer de machtigingen tot uitgaven en de ramingen van de ontvangsten zouden verdeeld zijn over verschillende wetten, het moeilijk zou zijn om snel te bepalen of ze in evenwicht zijn.

De begroting van de Staat wordt voorgesteld in de vorm van twee afzonderlijke begrotingsdocumenten: de Rijksmiddelenbegroting en de Algemene uitgavenbegroting. Het eenheidsprincipe wordt dus niet naar de letter nageleefd maar wel naar de geest. Naast deze documenten ontvangen de parlementsleden ook de Algemene toelichting met tal van samenvattende tabellen waarbij de verschillende begrotingselementen in een globaal perspectief geplaatst worden.

 

De algemeenheid of universaliteit

De regel van de universaliteit omvat voornamelijk het verbod compensaties te maken tussen bepaalde ontvangsten en uitgaven. Zo’n werkwijze zou ertoe leiden dat in de begroting enkel het saldo van de verrichting voorkomt. Daarom ook noemt men dit de regel van niet- samentrekking of van bruto-product.

Het betekent dus dat alle ontvangsten voor hun volledig bedrag in de Rijksmiddelenbegroting moeten ingeschreven worden, zonder enige aftrek voor inningskosten of van andere aard. Zo ook moeten alle uitgaven in hun totaal worden ingeschreven in de begroting, zonder compensatie (dit wil zeggen zonder samentrekking) door hun overeenstemmende ontvangsten.

Een netto-begroting daarentegen neemt enkel het nettobedrag op van de uitgaven en de ontvangsten die ermee overeenstemmen, na onderling enkele compensaties uitgevoerd te hebben.

 

De niet-toewijzing van de ontvangsten

De gezamenlijke ontvangsten zijn bestemd voor de gezamenlijke uitgaven. Het is dus onmogelijk om een welbepaalde ontvangst toe te wijzen aan een welbepaalde uitgave.

Dit is een logisch gevolg van het algemeenheids- of universaliteitsprincipe. Het betekent dat de gezamenlijke ontvangsten geïnd door de Schatkist voor rekening van de Staat opgaan in één enkele massa die zonder onderscheid van bron, de gezamenlijke uitgaven dekt van de Staat. Het is dus onmogelijk te bepalen welke bijzondere ontvangst deze of gene uitgave heeft mogelijk gemaakt.

 

De kaseenheid

De regel van de eenheid van kas vloeit voort uit het principe van de niet-toewijzing van de ontvangsten en uit het universaliteitsprincipe. Alle inkomende of uitgaande gelden van het algemeen bestuur worden gecentraliseerd op één enkele rekening die Schatkist genoemd wordt.

Die enkele kas valt onder het gezag van de Minister van Financiën. Geen uitgave kan worden gedaan zonder zijn tussenkomst, behalve de bij de wet bepaalde uitzonderingen.

 

De openbaarheid

Aangezien de begroting in België de vorm heeft van een wet, wordt ze openbaar besproken in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, zowel in een specifieke commissie als in plenaire vergadering. Bovendien wordt de begroting na goedkeuring in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Op die manier wordt het openbaarheidsprincipe gerespecteerd.

 

Meer informatie :