Monitoringcomité

 

Oprichting

Het idee van een Monitoringcomité dook voor het eerst op in de beslissing van de Ministerraad van 7 september 2007. De toenmalige ontslagnemende regering Verhofstadt II voorzag zo in een orgaan dat tot taak heeft op regelmatige basis te rapporteren over de uitvoering van de begroting.

In dezelfde geest wordt het Monitoringcomité opnieuw genoemd in de beslissing van de Ministerraad van 7 mei 2010. Die beslissing kaderde in een reeks van maatregelen genomen door de regering Leterme II, eveneens ontslagnemend.

Sinds het aantreden van de regering Di Rupo I, begin december 2011, werkt het Monitoringcomité de facto op een permanente basis. Het moet een rapport opstellen over de budgettaire toestand ter voorbereiding van elke begrotingscyclus.

De ervaring heeft geleerd dat een wettelijk kader voor het Monitoringcomité wenselijk is. In dat opzicht en met het oog op de uitvoering van zijn opdracht, met name de ondersteuning van de beleidsontwikkeling, heeft de FOD BOSA een voorstel van wettelijk kader opgesteld. Dit voorstel werd voorgelegd aan de regering De Croo I. Het initiatief werd opgenomen in de beleidsverklaring van Staatssecretaris voor Begroting en Consumentenbescherming, toegevoegd aan de minister van Justitie, belast met Noordzee, Mevrouw Eva De Bleeker.

Samenstelling

Het Monitoringcomité is momenteel als volgt samengesteld:

  • Voorzitter van de FOD BOSA of zijn vertegenwoordiger,
  • Voorzitter van de FOD Financiën of zijn vertegenwoordiger,
  • Voorzitter van de FOD Sociale Zekerheid of zijn vertegenwoordiger,
  • Administrateur-generaal van de RSZ of zijn vertegenwoordiger,
  • Administrateur-generaal van het RIZIV of zijn vertegenwoordiger,
  • Administrateur-generaal van het RSVZ of zijn vertegenwoordiger,
  • Korpschef van de Inspectie van Financiën.

Het voorzitterschap wordt waargenomen door de FOD BOSA, die ook de redactie van het rapport ondersteunt.

Werkwijze

In de omzendbrief die bij de start van een begrotingscyclus wordt gepubliceerd, krijgt het Monitoringcomité de opdracht om een verslag op te maken.

In principe worden er drie rapporten per jaar gepubliceerd (in maart, juli en september):

Het eerste rapport

  • dient ter voorbereiding van de begrotingscontrole van het lopende begrotingsjaar.
  • omvat een actualisatie van het voorbije begrotingsjaar.
  • omvat ook een herraming van het lopende begrotingsjaar (begrotingscyclus).

Het vertrekpunt daarvoor is de economische begroting gepubliceerd door het Federaal Planbureau in februari.

Het tweede rapport

  • bevat een raming voor de gehele legislatuur, of op zijn minst voor het volgende begrotingsjaar en de daaropvolgende twee begrotingsjaren.

Het vertrekpunt voor dit tweede rapport is de economische begroting en de vooruitzichten op middellange termijn die in juni door het Federaal Planbureau worden gepubliceerd.

Het derde rapport

  • dient ter voorbereiding van de begrotingsopmaak van het volgende begrotingsjaar en van de meerjarenbegroting.
  • omvat een actualisatie van het lopende begrotingsjaar.

Naast de publicaties van het Federaal Planbureau maakt het Monitoringcomité ook gebruik van gegevens en ramingen komende van andere organisaties. Zo levert de FOD BOSA input na het afronden van de bilaterale vergaderingen. De FOD Financiën, de RSZ, de RSVZ, de FOD Sociale Zekerheid, het Federaal Agentschap van de Schuld en de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie leveren op hun beurt verschillende ramingen aan.

Meer informatie

De rapporten van het Monitoringcomité