De procedure voor buitensporige tekorten bestaat uit verschillende stappen die gedetailleerd worden beschreven in art. 126 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
Deze procedure wordt opgestart indien een Lidstaat:
- de tekortdrempel van 3% van het bbp overschrijdt of het risico loopt deze te overschrijden
- de schuldregel overtreedt met een overheidsschuldniveau van meer dan 60% van het bbp, en zich niet houdt aan het netto-uitgavenpad dat is opgenomen in het door de Raad goedgekeurde nationaal structureel begrotingsplan op middellange termijn. Deze verificatie is gebaseerd op de door de Commissie bijgehouden controlerekening, waarin afwijkingen van het netto-uitgavenpad worden geregistreerd.
Bij het bepalen of een numerieke inbreuk moet leiden tot de opening van een procedure, geeft de wetgeving aan hoe met alle relevante factoren rekening moet worden gehouden.