Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Het preventieve luik

Het stabiliteits- en groeipact bestaat uit het preventieve luik en het correctieve luik.

Het preventieve luik van het stabiliteits- en groeipact is bedoeld om een gezond begrotingsbeleid op de middellange termijn te waarborgen door parameters vast te stellen voor de budgettaire planning en beleid van de Lidstaten tijdens normale economische tijden, rekening houdend met de evolutie van de economie.

Van toepassing voor
  • Burgers
  • Academische wereld

Inhoudstafel

Een Lidstaat moet :

  • een tekort van minder dan 3% van het BBP hebben
  • een schuldgraad van minder dan 60% van het BBP
  • OF een schuldgraad die voldoende daalt om de laatstgenoemde waarde te bereiken.

Als deze referentiewaarden worden overschreden, moeten de Lidstaten een 4-jarig budgettair aanpassingstraject volgen, dat specifiek is voor elke Lidstaat. Het traject kan tot 7 jaar worden verlengd als de Staat met een tekort zich verbindt tot investeringen en hervormingen die de houdbaarheid van de begroting ondersteunen en de belangrijkste uitdagingen aanpakken die in het Europees semester zijn vastgesteld, met name de landspecifieke aanbevelingen, en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Europese Commissie, namelijk: de ecologische en digitale transitie, de sociale en economische veerkracht, energiezekerheid en de versterking van de defensiecapaciteit.

 

Het budgettaire aanpassingstraject is gebaseerd op één indicator: de netto-uitgaven.

 

De netto-uitgaven omvatten de overheidsuitgaven na aftrek van :

  • de rentelasten 
  • de discretionaire maatregelen inzake ontvangsten
  • de uitgaven voor EU-programma's die volledig gecompenseerd worden door inkomsten uit EU-fondsen
  • de nationale uitgaven voor de medefinanciering van door de EU gefinancierde programma's
  • cyclische elementen in de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen
  • “one-offs” uitgaven, d.w.z. uitgaven die uitzonderlijk worden gedaan om een tijdelijke crisis het hoofd te bieden.

​​​​​​​

Het aanpassingstraject wordt uiteengezet in het nationaal structureel begrotingsplan op middellange termijn dat om de 4 of 5 jaar in april wordt ingediend. Het blijft ongewijzigd gedurende deze periode.

Elk jaar wordt een voortgangsverslag ingediend. De begrotingsaanpassing wordt voortgezet totdat een marge van 1,5% van het bbp beschikbaar is ten opzichte van de referentiewaarde van 3% voor het tekort, totdat de schuld zich op een aannemelijk en duurzaam neerwaarts pad bevindt op middellange termijn.