Op de ministerraad van 23 december 2025 werd de nota rond de reorganisatie en centralisatie van het federale administratieve landschap goedgekeurd. Deze nota kwam er op voorstel van minister Vanessa Matz in samenwerking met minister Vincent Van Peteghem.
-
-
Naar een transversale en efficiënte dienstverlening
Het federale regeerakkoord voorziet in een structurele hervorming van de federale administratie, die opgebouwd is rond twee complementaire hefbomen.
-
.png)
Reorganisatie
Een reorganisatie om verkokering radicaal tegen te gaan en de transversale dienstverlening verder uit te bouwen via een concentratieoefening: fusie of integratie van FOD’s of verschuiving van bevoegdheden binnen de FOD’s.
.png)
Centralisatie
Een efficiëntere organisatie van de federale overheid door een maximale centralisatie van ondersteunende diensten zoals procurement, facility, IT, financieel beleid, …
-
-
-
Eerste fase: opstart van reorganisaties en verdere analyse van centralisatieprojecten
Reorganisatie
De ministerraad besliste in december 2025 om volgende reorganisaties op te starten:
- heroriëntering van de FOD Kanselarij op zijn ondersteunende rol voor de eerste minister (tegen eind 2026)
- harmonisatie van de migratiediensten en integratie van de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissiaraat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen, Fedasil en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in één overkoepelende FOD Migratie (met een geleidelijke inkanteling vanaf 1 januari 2027)
- inkanteling van de POD Maatschappelijke Integratie in de FOD Sociale Zekerheid. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een actieplan voor de fusie van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en de FOD Sociale Zekerheid. Deze fusie zal gebeuren in één beweging, de datum wordt nog bepaald.
- integratie van de POD Wetenschapsbeleid in de FOD Economie, met uitzondering van BELNET en de ondersteunende diensten van de federale wetenschappelijke instellingen die ingekanteld worden bij de FOD BOSA (tegen 2028)
- groepering van de federale wetenschappelijke instellingen tot twee groepen: ‘Aarde en Ruimte’ en ‘Kunst en Erfgoed’ (tegen 2028).
Centralisatie
Voor de centralisatie kiest de federale regering voor een strategie van maximale centralisatie gebaseerd op de principes van ‘shared services’ met de nadruk op de kwaliteit van de dienstverlening en klantgerichtheid. Momenteel worden verdere analyses uitgevoerd tegen de begrotingscontrole van 2026 voor volgende voorstellen:
- centralisatie van de ondersteunende processen voor entiteiten van minder dan 500 personeelsleden bij de FOD BOSA en het (toekomstig) Federaal Agentschap voor Gebouwen en Facilitaire Diensten
- rationalisatie van de ondersteunende diensten voor entiteiten met meer dan 500 VTE
- oprichting van een gezamenlijke en gecoördineerde structuur op vlak van digitalisering
- transitie van de Regie der Gebouwen naar het Federaal Agentschap voor Gebouwen en Facilitaire Diensten met nieuwe opdrachten, een aankoopcentrale voor overheidsopdrachten voor werken en de uitbouw van facilitaire diensten voor gebouwen
- oprichting van een Federaal Competentiecentrum voor Overheidsopdrachten
- analyse van synergiën voor gebouwen, facilitaire diensten en IT-diensten voor regulatoren, de Ombudsman en de instanties die staatsgeschillen beslechten
- het College van voorzitters van de OISZ legt een project voor rond centralisatie en synergie.
-
Tweede fase: eventuele extra hervormingsvoorstellen
In 2025 werd een grootschalige kerntakenanalyse binnen de federale overheid opgestart. Deze analyse wordt afgerond in het voorjaar van 2026.
Uit deze analyse kunnen eventueel nieuwe hervormingsvoorstellen die (nog) niet in het regeerakkoord vermeld staan, voortkomen. Daarover kan dan in een tweede fase op een gecoördineerde en objectieve wijze beslist worden.
-
-
PMO binnen de FOD BOSA volgt de werven op
Om het overzicht van alle reorganisaties en centralisaties te behouden, is binnen de FOD BOSA een Program Management Office (PMO) opgericht. Het PMO heeft volgende opdrachten:
- monitoring, planning en rapportage van de verschillende werven en van het programma in zijn geheel
- ondersteuning en begeleiding op vraag van de organisaties.
Daarnaast rapporteert het PMO elke maand aan de politiek-administratieve stuurgroep met vertegenwoordigers van de ministers van begroting en ambtenarenzaken, de drie colleges van de voorzitters en het Interfederaal Korpschef van de Inspectie van Financiën. Deze stuurgroep volgt de voortgang van het totale project op.