Als wordt vastgesteld dat een personeelslid aanzienlijk minder heeft gepresteerd dan verwacht, kan dit leiden tot een remediëring.
Remediëring is een begeleiding ‘op maat' van het personeelslid met het oog op de verdere ontwikkeling van zijn of haar loopbaan, een proces waarin het ontdekken, versterken of ontwikkelen van de competenties van het personeelslid centraal staan.
Remediëring is gebaseerd op een overeenkomst tussen de hiërarchisch meerdere en het personeelslid (de geëvalueerde), en zij worden in dit proces begeleid en ondersteund door de P&O-directeur of diens afgevaardigde.
Het personeelslid dat een remediëring ondergaat, wordt geëvalueerd op de verwezenlijking van de prestatie- en ontwikkelingsdoelstellingen die in de remediëringsovereenkomst zijn vastgesteld tijdens het functioneringsgesprek dat bij de start van de remediëring plaatsvond.
De remediëring duurt minimaal zes maanden en maximaal twaalf maanden. Om de remediëring af te sluiten moet het personeelslid minstens zestig dagen hebben gepresteerd.
Vóór toekenning van de vermelding ‘onvoldoende’
De hiërarchisch meerdere kan op zijn vroegst aan het einde van het tweede functioneringsgesprek van de evaluatiecyclus van het personeelslid besluiten om tot remediëring over te gaan. Tussen twee gesprekken moeten ten minste twintig effectief gepresteerde dagen liggen om een beschrijvende beoordeling van het functioneren, van de competenties en van het gedrag van het personeelslid te kunnen maken.
Zolang het personeelslid in een remediëring zit, wordt zijn of haar evaluatiecyclus voortgezet.
Het personeelslid kan de remediëring die vóór de toekenning van de vermelding ‘onvoldoende’ plaatsvindt, altijd weigeren. Als het personeelslid weigert, moet echter een periode van minstens zes maanden vanaf de beslissing tot remediëring (met minstens zestig gepresteerde dagen) verstrijken voordat, in voorkomend geval, kan worden overwogen de vermelding ‘onvoldoende’ toe te kennen tijdens het evaluatiegesprek.
Na toekenning van de vermelding ‘onvoldoende’
De toekenning van de vermelding ‘onvoldoende’ tijdens het evaluatiegesprek brengt ambtshalve een remediëring met zich mee bij de start van de volgende evaluatiecyclus. Die remediëring is dus verplicht.